• Lesboek Leren Tellen

Het boekje bestaat uit een lesbrief behorend bij de doos Leren Tellen van Hubelino. Deze doos bevat kleine bouwplaten (8x8 noppen), getalblokken (met de getallen 1-10) en hoeveelheidsblokken (met hoeveelheden 1-10). Deze hoeveelheden zijn weergegeven met stippen, turfstrepen, kralen en vingers. In deze lesbrief leest u diverse activiteiten die jonge kinderen (3-7 jaar) kunnen uitvoeren. Zowel op school als thuis kunnen kinderen na een korte uitleg zelfstandig met de opdrachten uit deze lesbrief aan de slag. Zo leren ze spelenderwijs tellen en getallen herkennen.

Hubelino leerspellen

Naast de bekende knikkerbanen heeft Hubelino nu ook leerspellen: tellen, rekenen en woorden. Ook deze materialen sluiten perfect aan op Duplo en zijn dus goed te gebruiken om de kinderen spelenderwijs te laten leren. Bij sommige van de in deze lesbrief beschreven activiteiten heeft u gewone bouwblokken nodig. Deze zijn verkrijgbaar bij Hubelino, Duplo voldoet ook.

Hoe leert een kind tellen?

Getallen maken een deel uit van de wereld van een kind. Zodra een kind oog begint te krijgen voor getallen, ziet hij ze overal: huisnummers, nummerborden, prijskaartjes, verkeersborden. Kinderen gaan de getallen herkennen, onthouden en vervolgens toepassen.

De leerlijn getallen staat beschreven in kerndoel 23.

Ook het tellen van hoeveelheden is belangrijk. Hoeveel snoepjes heb ik nog? Hoeveel blokken passen er nog in de doos? En als u vraagt hoe oud een kind is, steekt hij evenveel vingers in de lucht: zo oud!

We kennen verschillende manieren van tellen:

- akoestisch tellen: het opzeggen van de telrij als een versje of liedje. Zing samen ‘1,2,3,4 hoedje van papier’ of het lied van Berend Botje. Door te tellen als een versje, dus zonder ook hoeveelheden te tellen, leren de kinderen de juiste volgorde van de getallen.

- resultatief tellen: als een kind wil weten hoeveel hij van iets heeft, moet hij resultatief tellen. Daarvoor wijst hij één voor één een voorwerp aan (aanrakend tellen) en zegt tegelijkertijd de telrij op (synchroon tellen). Eerst lukt dat nog niet goed: soms gaan de vingers sneller dan de woorden, of wordt er een getal in de telrij overgeslagen. Maar uiteindelijk lukt het: het kind telt en noemt het laatste getal als antwoord.

- verkort tellen: en als een kind vaak oefent met het tellen, zal hij bepaalde hoeveelheden in één keer kunnen overzien. Zo hoeft hij de stippen op de dobbelsteen niet elke keer te tellen om te weten hoeveel stappen hij vooruit mag. Ook wanneer er enkele blokjes op tafel liggen, zal hij meteen herkennen: dat zijn er vier! Dat is handig, want als er nog twee blokjes bij komen, kan hij verder tellen: 4, 5, 6. Tot slot leert het kind ook tellen in sprongen van bijvoorbeeld 2 of 5.

Al deze manieren van tellen zijn belangrijke vaardigheden voor het latere rekenen. De leerlijn van tellen staat beschreven in kerndoel 26.

De opbouw van een les

Elke activiteit begint met een korte beschrijving en een uitleg voor de kinderen. Zodra ze snappen wat de opdracht is, kunnen ze aan de slag. Voor u zijn enkele vragen beschreven, die u kunt stellen terwijl de kinderen bezig zijn. In de extra opmerkingen leest u hoe u de activiteit kunt aanpassen. Zo maakt u de activiteit iets makkelijker, moeilijker of aantrekkelijker, passend bij het niveau van de kinderen. Tot slot staat beschreven hoe u de activiteit kunt afsluiten.


Geef beoordeling

Om een beoordeling te schrijven moet u inloggen of zich registreren

Lesboek Leren Tellen

  • Model: Lesboek Leren Tellen
  • Beschikbaarheid: 100
  • €5,95